shape
29 januari 2026

NPI behandelaar Marit Kool gepromoveerd

Op 23 januari 2026 is NPI behandelaar Marit Kool gepromoveerd. Met haar proefschrift ‘Enhancing treatment outcomes for comorbid depression and personality disorders: Investigating the effect of psychotherapy dosage and exploring integrated treatment approaches’ deed zij onderzoek naar het effect van de intensiteit van psychotherapie bij mensen met zowel een depressie als een persoonlijkheidsstoornis. Met haar onderzoek levert zij een bijdrage aan het debat over de inzet van schaarse middelen binnen de geestelijke gezondheidszorg.

Marit startte de ceremonie met haar lekenpraatje, waarin ze stilstond bij de actuele problematiek binnen de ggz: lange wachtlijsten, hoge kosten en een tekort aan behandelaren zorgen voor grote druk op het zorgsysteem. Kunnen we de zorg het beste verdelen door heel veel mensen een korte en weinig intensieve therapie te geven? De centrale vraag van haar onderzoek was of deze strategie wel voldoende effectief is voor mensen met complexe problematiek.

Grootschalige studie
In een grootschalige studie onderzocht Kool het effect van therapiedosering bij cliënten met een depressie én een persoonlijkheidsstoornis. Zij vergeleek een behandeltraject van 25 sessies in één jaar (startend met één sessie per week) met een intensiever traject van 50 sessies (startend met twee sessies per week). In totaal namen 246 cliënten deel aan het onderzoek. Zij werden willekeurig toegewezen aan schematherapie of psychodynamische therapie (KPSP), met een lage of hoge dosering.

De onderzoeksresultaten laten zien dat een intensievere aanpak duidelijke voordelen heeft:

  • Op korte termijn herstelden cliënten die 50 sessies volgden sneller en hadden zij aan het einde van het behandeljaar minder depressieve klachten en minder persoonlijkheidsproblematiek dan cliënten die 25 sessies kregen.
  • Op langere termijn was dit verschil niet meer meetbaar, maar dit kon mede worden verklaard doordat cliënten uit de minder intensieve groep verder verbeterden door een nieuw behandeltraject aan te gaan (en zo alsnog een hoger aantal sessies te ontvangen).
  • Dit suggereert dat een hogere therapiedosering niet alleen sneller effect heeft, en voorlopige resultaten wijzen er ook op dat de intensievere behandeling voor de maatschappij goedkoper is. Maar maatwerk is geboden: niet iedere cliënt heeft baat bij dezelfde dosering, en vervolgonderzoek is nodig om beter te bepalen bij wie een lage dosering volstaat en wie een hogere dosering behoeft. Ook pleit zij voor een actieve nabehandelingsfase om terugval tijdig te signaleren en te beperken.

    Ten slotte wees het onderzoek ook uit dat schematherapie en psychodynamische therapie (KPSP), die beide de depressieve klachten in samenhang met de persoonlijkheidsproblematiek behandelen, goede alternatieven zijn voor de gebruikelijke behandelingen die de focus meer leggen op het verminderen van depressieve klachten, zoals cognitieve gedragstherapie, voor depressieve cliënten met persoonlijkheidsproblematiek.

    Lees hier het proefschrift.