Soorten persoonlijkheidsstoornissen

De persoonlijkheidsstoornissen zijn ingedeeld in drie clusters: A, B en C. Daarnaast zijn er mensen met persoonlijkheidsstoornissen die niet in één van de drie genoemde clusters zijn in te delen. Zij hebben bijvoorbeeld kenmerken van twee of meer persoonlijkheidsstoornissen, maar voldoen niet volledig aan alle criteria van één van de stoornissen. Dit wordt in DSM-IV cluster NAO genoemd (Niet Anderszins Omschreven). In feite komt dit het meeste voor.

Cluster A persoonlijkheidsstoornissen

Cluster A wordt het vreemde, excentrieke cluster genoemd en bestaat uit 3 persoonlijkheidsstoornissen:

  • Paranoïde persoonlijkheidsstoornis
  • Schizoïde persoonlijkheidsstoornis
  • Schizotypische persoonlijkheidsstoornis

Mensen met deze stoornis hebben weinig contact met anderen en leven vaak geïsoleerd. Zij zijn niet snel geneigd om psychische hulp te zoeken. Er is weinig wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar mensen met een cluster A stoornis.

Cluster B  persoonlijkheidsstoornissen

Cluster B wordt het dramatische, emotionele, impulsieve cluster genoemd en bestaat uit vier persoonlijkheidsstoornissen:

  • Borderline persoonlijkheidsstoornis
  • Antisociale persoonlijkheidsstoornis
  • Narcistische persoonlijkheidsstoornis
  • Theatrale persoonlijkheidsstoornis

Mensen met een stoornis uit cluster B hebben veelal moeite met het beheersen van hun impulsen en emoties. Ze zijn vaak impulsief, streven naar snelle behoeftebevrediging en zijn slecht in het onderhouden van (stabiele) relaties. Omdat zij weinig of geen rekening houden met hun eigen veiligheid en die van anderen, kan hun gedrag negatieve reacties oproepen bij de sociale omgeving.

Cluster C persoonlijkheidsstoornissen

Cluster C wordt ook wel het angstige cluster genoemd en bestaat uit 3 persoonlijkheidsstoornissen:

  • Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis
  • Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis
  • Obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis

Mensen met deze stoornissen hebben last van sociale vermijding, dwangmatig handelen en onzelfstandigheid. Ze kunnen zich vaak beter aanpassen aan de eisen van het dagelijkse leven dan mensen met cluster A en B stoornissen.

 

Sitemap